last translation | English-Dutch dictionary

Search also in: Web News Encyclopedia Images Context
last
laatste adj.
The last two locations were midtown. De laatste twee locaties waren in de stad.
Our last winner took home 6.2 million. Onze laatste winnaar ging naar huis met 6,2 miljoen.
vorig adj.
They started using that bridge again last spring. Nou, dat was zo. ze hebben die brug vorig voorjaar weer in gebruik genomen.
afgelopen adj.
I planted some roses last weekend. Ik heb afgelopen weekend, wat rozen geplant.
I know what happened last winter. Ik weet wat er afgelopen winter gebeurd is.
More translations in context: laatst adj., eindelijk adj./adv. ...
See more translations and examples in context for "last" or search for more phrases including "last": "last night", "last time"
Collaborative Dictionary     English-Dutch
adv.
als laatste
v.
duren
adj.
laatste
adj.
laatst
exp.
vorig jaar
Days/Months/Seasons
exp.
vorige week
Days/Months/Seasons
exp.
gisteravond
Days/Months/Seasons
exp.
afgelopen zaterdag
Days/Months/Seasons
exp.
Wanneer gaat de laatste boot?
Boat and ferry
exp.
Wanneer is de laatste gang omhoog?
Skiing
exp.
Hoe lang duurt de voorstelling?
Theatre/opera
exp.
Hoe laat gaat de laatste bus?
Bus and coach
exp.
Wanneer gaat de laatste stoeltjeslift?
Skiing
exp.
Hoe laat gaat de laatste bus naar ...?
Bus and coach
exp.
Wanneer gaat de laatste trein naar ...?
Train
exp.
Wanneer gaat de laatste boot naar ...?
Boat and ferry
exp.
twee weken geleden
Days/Months/Seasons
To add entries to your own vocabulary, become a member of Reverso community or login if you are already a member. It's easy and only takes a few seconds:
Or sign up in the traditional way
See also:

last, least, lastly, Last week


Advertising
Advertising